Je kunt met je angst omgaan en voel je je beter door dingen te doen, ook dingen die je spannend vindt, zodat je leert om de angst en spanning te voelen en daarmee om te gaan.
Zorg dat je in die situaties je dwanghandelingen niet doet.
Je merkt dat waar je bang voor bent helemaal niet gebeurt.
Bepaalde situaties worden dan weer makkelijker.
En je angsten worden minder.
Probeer ook je studie of werk te blijven doen.
Komen je klachten door je werk?
Of kun je je werk niet goed meer doen door de angsten?
Praat met je werkgever of de bedrijfsarts.
Zorg goed voor jezelf.
Vertel iemand die je vertrouwt over je gedachten en gevoel.
Probeer stress minder te maken.
En zorg dat je goed slaapt, genoeg beweegt en ontspant.
Misschien drink je vaak alcohol om de angst minder te voelen.
Of gebruik je kalmerings-pillen of drugs.
Een middel helpt even: je voelt even minder angst.
Maar langzaam worden je angsten er juist steeds erger van.
Je kunt er beter mee stoppen.
Vraag daar hulp bij.