De paranoïde persoonlijkheidsstoornis is een persoonlijkheidsstoornis die gekenmerkt wordt door gevoelens van achterdocht en wantrouwen.
De term paranoïde verwijst in dit verband niet naar verregaande wanen of psychosen, maar naar een aanhoudend en ongegrond wantrouwen in mensen.
Vrienden, kennissen en collega's worden vanwege dit wantrouwen met een zekere afstandelijkheid benaderd en de contacten worden pas wat hartelijker als blijkt dat zij geen kwade bijbedoelingen hebben.
Vaak blijft de persoon met PPS echter wel op zijn hoede en kan fel reageren op een kleinigheid, bijvoorbeeld een grapje, die als persoonlijke aanval wordt geïnterpreteerd.
In de DSM-5 wordt de paranoïde persoonlijkheidsstoornis ingedeeld bij de Cluster A persoonlijkheidsstoornissen ("vreemd en/of excentriek").
De stoornis wordt hierin omschreven als een "pervasief wantrouwen en achterdocht tegenover andere mensen, waarbij hun motieven worden geïnterpreteerd als kwaadwillend".
De stoornis ontstaat op jong volwassen leeftijd.
Om de diagnose paranoïde persoonlijkheidsstoornis te stellen, moeten minstens vier kenmerken van de stoornis aanwezig zijn.