Kijk eerst in welke situaties uw kind op de duim of de vingers zuigt.
Ga samen met uw kind aan de slag en bespreek wat de gevolgen van het zuigen kunnen zijn.
Als uw kind zelf wil stoppen, is de kans op succes groter dan wanneer die motivatie er niet is.
Spreek korte momenten af waarop de duim of de vingers niet in de mond gaan, bijvoorbeeld 5 minuten tijdens televisie kijken of voorlezen.
Probeer dan of het ook langer dan 5 minuten lukt en misschien nog op andere momenten.
Als het lukt is een complimentje zeker op zijn plaats.
U kunt ook samen bijhouden of het is gelukt om niet te zuigen door bijvoorbeeld stickertjes op een kalender te plakken.
Een kleine beloning op zijn tijd, zoals samen iets leuks doen, kan een extra motivatie zijn.
Spreek met uw kind af om tijdens voorlezen of televisie kijken een aantal minuten niet te duimen.
Met een kookwekker of zandloper kunt u de tijd bijhouden, zodat uw kind de tijd kan ‘overzien’.
Maak samen herinneringstekens, bijvoorbeeld een tekening van een duim/vingers of een kunstwerkje van vingerafdrukken met vingerverf.
Die herinneringstekens komen op plaatsen waar uw kind vaak duimt: bij de televisie, bij het bed, op school.
Een vingerpopje, handpop of een sokpop om duim, vingers of hand kan helpen.
Maak samen een ‘schatkist’ met kleine spulletjes die uw kind leuk vindt, zoals een schuifpuzzeltje, een stressballetje, een tolletje, etc.
Uw kind kiest een voorwerp uit de schatkist in plaats van te zuigen.
Het lakken van één of meer nagels in een felle kleur, herinnert uw kind aan de afspraak om niet meer te zuigen.
Als uw kind echt niet in slaap kan vallen zonder te zuigen, haalt u dan de duim of vingers uit de mond als uw kind slaapt en sluit de mond.