Het middelengebruik is dan een centrale plaats gaan innemen in het leven van de jongere en veroorzaakt grote problemen op verschillende terreinen.
Bijvoorbeeld op school, thuis of op het werk.
De jongere besteedt veel tijd aan het denken aan of gebruik van middelen.
Het lukt niet meer om zelf te stoppen, want de jongere is lichamelijk of geestelijk afhankelijk van alcohol of drugs.
De jongere gebruikt het middel herhaaldelijk en komt daardoor de belangrijkste verplichtingen op het werk, op school of thuis niet na.
De jongere gebruikt het middel aanhoudend, ondanks de blijvende of terugkerende sociale of persoonlijke problemen, die zijn veroorzaakt of verergerd door het gebruik.
De jongere heeft belangrijke sociale, beroepsmatige of vrijetijdsactiviteiten verminderd of opgegeven vanwege het gebruik.
De jongere blijft het middel gebruiken in situaties waarin dit fysiek gevaar oplevert.