Rond de leeftijd van twee jaar begint bij veel kinderen de zogenaamde ‘peuterpuberteit’.
Op deze leeftijd ontwikkelen peuters hun eigen wil, maar hebben ze nog weinig controle over hun emoties.
Dit zorgt vaak voor frustraties, zowel bij het kind als bij de ouder.
Een "nee" van mama of papa kan al genoeg zijn om een driftbui te veroorzaken.
Voor ouders kan dit gedrag overkomen als koppig of eigenwijs, maar er zijn goede redenen voor dit gedrag.
Peuters zitten in een fase waarin ze hun autonomie willen ontdekken.
Het lijkt dan alsof ze niet willen luisteren of eigenwijs zijn, terwijl ze eigenlijk moeite hebben zich te uiten.
De koppigheid is onderdeel van de normale ontwikkeling naar een zelfstandig persoon.