Als het langer duurt en je toch bezorgd bent, dan kun je daar natuurlijk wel iets mee doen.
Misschien kun je er met je kind over praten.
Vraag hoe het gaat, en laat weten dat jij er bent.
Is er iets wat je samen kunt oplossen?
Het is belangrijk dat je als ouder je kind helpt op een manier die past bij de leeftijd.
Als jouw kind zich langere tijd niet goed voelt en jij je zorgen maakt, kan het inzicht bieden om je kind een tijdje in de gaten te houden.
Gedrag dat je opvalt, kun je met je kind bespreken.
Kies daar een rustig moment voor uit, wanneer je zelf ook rustig bent.
Vertel wat je aan je kind ziet, en vraag hoe het gaat en of er iets aan de hand is.
Het kan fijn zijn om je zorgen te delen met mensen die jouw kind kennen, bijvoorbeeld met de ouders van een vriend of vriendin, of met je eigen ouders of schoonouders.
Als je je echt zorgen maakt, dan kun je op school een gesprek plannen met de mentor of een leerkracht van je kind.
Bespreek je zorgen dan met andere opvoeders of professionals uit de omgeving van je kind, bijvoorbeeld van de sportclub of het jongerenwerk.
Met opvoedvragen kun je ook altijd terecht bij het wijkteam of het Centrum voor Jeugd en Gezin in jouw gemeente.
Blijf je je zorgen maken over je kind en denk je dat er professionele hulp nodig is?