Wanneer er in een groep gepest wordt, ondervinden alle groepsleden daar negatieve gevolgen van.
Naast de slachtoffers ervaren ook de pesters, de klasgenoten die er niet direct bij betrokken zijn (buitenstaanders) en de leerkrachten negatieve gevolgen wanneer er gepest wordt in de groep.
Deze negatieve gevolgen beperken zich niet alleen tot de basisschool, maar werken door tot ver na het bereiken van de volwassenheid.
Pesten kan veel nadelige gevolgen hebben voor slachtoffers op korte en lange termijn.
Sommige van deze gevolgen zijn op latere leeftijd nog merkbaar.
Zo hebben volwassenen die in hun schooltijd gepest zijn veelal een lager zelfbeeld dan mensen die niet zijn gepest.
Daarnaast vinden zij het vaak moeilijk om andere mensen te vertrouwen en hebben zij een grotere kans om last van psychische problemen te krijgen.
Voor sommigen wellicht verrassend is dat pesters zelf ook negatieve gevolgen ondervinden van hun gedrag.
Onderzoek laat zien dat de kans groot is dat pesters ook wanneer zij volwassen zijn agressie en/of geweld zullen gebruiken om problemen op te lossen als zij op jonge leeftijd niet (goed) gecorrigeerd worden.
Klasgenoten die niet direct bij het pesten betrokken zijn - ook wel buitenstaanders genoemd - ervaren meerdere negatieve consequenties van pestgedrag in de groep.
Zij voelen zich minder veilig in de klas, hebben een lager welbevinden en hebben minder zelfvertrouwen.
Ook voelen zij zich soms schuldig, omdat zij niet hebben ingegrepen.
Daardoor liggen hun leerprestaties lager en gaan zij met minder plezier naar school.
Wanneer er in hun groep wordt gepest heeft dat negatieve gevolgen voor het welbevinden van leerkrachten.
Groepsproblemen, zoals pesten, zorgen er voor dat zij daar minder mee bezig kunnen.