Zelfregulerende vaardigheden zijn vaardigheden om het eigen denken en handelen te organiseren, sturen en controleren (Kostons, Donker & Opdenakker, 2014).
Volgens Zimmerman (2002) kunnen leerlingen hun eigen leren reguleren als ze hun sterke punten en beperkingen kennen, als ze persoonlijke doelen kunnen stellen, als ze hun gedrag en prestaties kunnen plannen, monitoren en evalueren en als ze gemotiveerd zijn om hun aanpak te verbeteren.
Zelfregulatie vraagt om een combinatie van cognitieve vaardigheden (bv. een onderzoeksvraag formuleren, oorzaak-gevolg relaties leggen), metacognitieve vaardigheden (bv. jezelf doelen stellen, plannen, evalueren) en motivationele vaardigheden (bv. jezelf kunnen motiveren om aan een taak te beginnen en door te zetten bij lastigheden) (Kostons e.a, 2014; Quicley e.a. 2018).
Zimmerman (2002) noemt drie fasen waarin zelfregulatie belangrijk is.
In de voorbereidingsfase gaat het om de oriëntatie op de taak en de zelfmotivatie.
De uitvoeringsfase heeft betrekking op wat de leerling tijdens het leren doet, namelijk het controleren en waar nodig bijsturen van het eigen leergedrag.
De evaluatiefase is aan de orde na het maken van een taak.