De CY-BOCS meet de aard en ernst van de symptomen van een dwangstoornis (obsessieve-compulsieve stoornis) bij kinderen.
De CY-BOCS richt zich in eerste instantie op kinderen tussen de 12 en 18 jaar, maar kan eventueel ook worden gebruikt bij kinderen vanaf 8 jaar.
In het eerste deel scoort de therapeut in een vragenlijst de inhoud van de dwanggedachten en aard van de dwanghandelingen.
Het tweede deel bestaat uit een semigestructureerd interview afgenomen door de therapeut.
Met het interview stelt de therapeut de ernst van de dwangstoornis vast.
De therapeut leest de vragen voor en het kind beantwoordt deze.
De vragen gaan in op de tijd die de klachten in beslag nemen, de impact van de klachten op het dagelijks leven en de mate van angst en wanhoop, verzet en controle.
Het staat de therapeut vrij om door te vragen na een antwoord.
De therapeut scoort de vragen ter plekke.
Bij jonge kinderen zijn de ouders altijd aanwezig.
Een score van 16 wordt meestal gehanteerd als klinische cut-off-score.