Vriendschappen tijdens de kindertijd In de kindertijd ontstaan vriendschappen vaak relatief eenvoudig, bijvoorbeeld tijdens het buitenspelen. Vriendschappen helpen kinderen in het ontwikkelen van sociale vaardigheden zoals aanpassen, communiceren en samenwerken. Daarnaast leren ze zichzelf en anderen accepteren, wat goed is voor hun zelfvertrouwen en zelfbeeld. Ook oefenen kinderen op deze manier met het stellen en respecteren van grenzen, en met het oplossen van conflicten. Vriendschappen in de puberteit en adolescentie In deze fase van het leven staat identiteitsvorming centraal. Vrienden spelen een grotere rol dan familie. Vrienden helpen bij het zelfstandiger worden op emotioneel en praktisch vlak. Samen met leeftijdsgenoten kunnen ze experimenten. Kinderen van deze leeftijd zoeken naar een groep waar ze bij kunnen horen, waar ze gelijkenissen en gedeelde interesses mee hebben. In deze fase kunnen vriendschappen juist verwateren of hechter worden, omdat jongeren zoekende zijn naar wat past bij hun identiteit. Vriendschappen in de volwassenheid en ouderdom In deze fase veranderen prioriteiten van het vinden van de identiteit in vriendschappen naar het bouwen van een basis. Het is een fase waarin mensen een nieuwe baan krijgen, verhuizen, trouwen of kinderen krijgen. Deze overgangen kunnen invloed hebben op bestaande vriendschappen. Het kan in deze fase ook uitdagender zijn om nieuwe vrienden te maken.