Systeemmodellen staan recht tegenover het genetische model.
Hij ontwikkelde zijn five-point Sea Star-model dat bruikbaar was om kinderen en jongvolwassenen te identificeren als potentieel begaafd.
Ook het Delphi-model dat in Nederland is ontwikkeld door een twintigtal experts in hoogbegaafdheid gaat uit van het hele systeem.
Een ander systeemmodel is het Luikenmodel van Tessa Kieboom.
Aangezien veel hoogbegaafde mensen niet hun volledige potentieel bereiken vond Tannenbaum dat je alleen kon spreken van potentiële hoogbegaafdheid bij kinderen.
De ontwikkelaars van het Delphi-model vinden ook dat hoogbegaafdheid meer is dan een hoog IQ.
Een hoogbegaafde is volgens hen een snelle en slimme denker die complexe zaken aankan.
Het model bestaat uit vijf kernelementen: denken (hoogintelligent), voelen (rijk geschakeerd), willen (gedreven en nieuwsgierig), doen (scheppingsgericht) en waarnemen (sensitief).
Volgens de ontwikkelaars zijn al deze elementen bij hoogbegaafde mensen veelal sterk aanwezig.
In dit gedeelte vind je gedragingen van hoogbegaafde kinderen en volwassenen terug.