Angsten worden problematisch als ze langer duren of heftiger zijn dan je verwacht op grond van de aanleiding.
ze het functioneren van een kind of jongere negatief beïnvloeden of als een kind of jongere er onder lijdt.
Bij een angststoornis beheerst de angst het leven van kinderen of jongeren zo erg dat het hun dagelijks leven verstoort.
Een angststoornis wordt gekenmerkt door overmatige, buitenproportionele angst, die niet in verhouding staat tot een echte dreiging en die niet bij de leeftijd past.
Bij een angststoornis houdt die angst minstens zes maanden aan en heeft het kind of de jongere er vaker wel dan niet last van.
Het vermijden van angstige situaties gaat dan ten koste van belangrijke zaken als school en het gezinsleven.
Van een stoornis kan sprake zijn als de angst niet reëel is, de dreiging niet in de buurt is.
het leidt tot beperkingen in het dagelijks leven.
het gedachten, gedrag en gevoel negatief beïnvloedt.
Angststoornissen bij kinderen en jongeren uiten zich op allerlei manieren: lichamelijk: trillen, hoofdpijn of buikpijn.
cognitief: vervelende gedachten over nare dingen die kunnen gebeuren, overmatig piekeren.
gedragsmatig: angstige situaties uit de weg gaan, huilen, verstijven, bevriezen, prikkelbaar of opstandig gedrag, en geruststelling vragen.