Heeft als doel om de pester(s) te confronteren met hun gedrag en de consequenties daarvan, probleemoplossend en herstelgericht te werken en samen verder te kunnen.
Pester(s) wordt wél aangesproken op hun persoonlijk aandeel in wat fout is gelopen (gedrag).
In de confronterende aanpak spreek je ook alle betrokkenen aan, mits goedkeuring van het slachtoffer.
Je keurt het gedrag af, niet de persoon.
Zeg duidelijk : “Dit zeg of doe je niet. Punt.”
Spreek je verwachtingen uit over het gedrag dat je wel wil zien.
Vraag na of het gedrag daadwerkelijk gestopt is.
Vraag goed na of de pester zijn/haar fouten kan erkennen en het oprecht terug goed te wil maken.
Voorzie op het einde van het gesprek een plan om op te volgen of iedereen zich aan de gemaakte afspraken kan houden en bevraag pester en gepeste hierover op regelmatige basis en verspreid over de tijd.
Je keurt het gedrag af, niet de persoon.
Zeg duidelijk: “Dit zeg of doe je niet. Punt. Ik verwacht dat dat gedrag stopt."
Koppel een consequentie aan dat specifieke gedrag dat helpend/ondersteunend is voor de (mee)pester om het gedrag te doen stoppen.