Het goede nieuws: kinderen hoeven helemaal niet meteen te delen om tóch samen te leren spelen. Dat is precies waar de truc van parallel spelen om de hoek komt kijken. Parallel spelen betekent dat kinderen naast elkaar spelen met hetzelfde soort speelgoed, zonder dat ze per se samen hoeven te spelen. En hier komt de kracht van parallel spelen: het biedt kinderen de kans om samen te zijn zonder de stress van delen. Ze oefenen toch al allerlei sociale vaardigheden, zoals: elkaar observeren; ideeën opdoen bij de ander (“oh, hij maakt een brug, dat ga ik ook proberen!”); leren omgaan met elkaars aanwezigheid; het gevoel krijgen dat samenzijn leuk is. Heb je een favoriet item in huis, zoals een brandweerauto of een pop? Probeer er twee van in huis te hebben. Leg een kleed op de grond en zet twee “speelhoekjes” klaar, bijvoorbeeld met ieder een bak Duplo of auto’s. Kinderen spelen makkelijker parallel als ze met vergelijkbaar speelgoed bezig zijn. Pak zelf ook eens twee dezelfde dingen. Bouw bijvoorbeeld twee torens en laat zien dat je naast elkaar kunt spelen zonder elkaar in de weg te zitten. Je kind hoeft niet ineens blij te roepen: “Hier, neem mijn speelgoed maar!” Het feit dat ze rustig naast elkaar bezig zijn, is al een overwinning.